Werkgeluk werkt als een virus — maar dan eentje waar je blij van wordt

Skopos, het samenwerkingsbestuur voor katholiek en openbaar onderwijs in Schijndel, is aan de slag gegaan met het thema werkgeluk. Hoe hebben zij dit aangepakt en waar liepen ze tegenaan? Caroline Nicodem (interim teamcoördinator op basisschool De Heijcant) en Marieke van Creij (brugfunctionaris voor alle basisscholen van Skopos) vertellen.

Het interview is ook als podcast te beluisteren op Soundcloud, Spotify of Apple.

Over werkgeluk gesproken: wat was een moment in de afgelopen week dat jullie heel gelukkig heeft gemaakt?

Marieke: “Voor mij is dat al als ik ’s ochtends het weerbericht zie en ik zie dat ik op de fiets kan. Dat mijn werk op fietsafstand is en dat ik de fiets opstap, de brug over fiets en de zon zie schijnen. Dan denk ik: ik heb echt weer zin in de dag.”

Caroline: “Wij zijn op De Heijcant deze week begonnen met het spel ‘Wie is de Haas?’, gerelateerd aan een bekend tv-programma. Er waren al heel veel collega’s die door het inkleuren van een tekening van een haas hadden aangegeven om mee te doen. Dat maakte mij vanmorgen heel blij: allemaal vrolijke kleurtjes aan de muur en collega’s die er zin in hadden om te beginnen. Dus mijn week begon goed.”

“Na een kort gesprek wist ik: dit wil ik ook.”

Caroline Nicodem

Jullie zijn bij Skopos al een tijd bezig met werkgeluk. Hoe is dat gestart?

Caroline: “Het begon bij mijn directeur, Lambèr Gevers. Hij had een opleiding tot werkgelukdeskundige gevolgd en kwam daarna terug als onze eigen chief happiness. Toen gebeurde er iets moois: de eerste kleine veranderingen kwamen de school binnen. Ik zeg altijd: werkgeluk werkt een beetje als een virus, maar dan eentje waar je blij van wordt. Zo’n virus verspreidt zich alleen als je meer mensen besmet. Bij mij duurde dat nog geen tien minuten. Na een kort gesprek wist ik: dit wil ik ook. Ik voelde dat ik hier iets in kon betekenen. Het enige wat we nog nodig hadden, waren de juiste tools. Binnen Skopos werden op dat moment meerdere collega’s gevraagd om mee te denken. Zo ontstond onze eerste focusgroep werkgeluk, toen nog met vijf mensen. We hebben ontzettend veel plezier gehad. We bedachten de leukste en soms ook gekke ideeën. We vergaderden niet altijd braaf op school, maar soms in een restaurant. Zo werden avondvergaderingen ineens gezellige bijeenkomsten met een hapje eten. Vrij snel besloten we als focusgroep dezelfde opleiding te volgen als Lambèr. Het bleek ontzettend waardevol. Dat zien we nu ook terug in de resultaten van onze werkgelukenquête van begin dit jaar.”

“Het wordt door alle leidinggevenden gedragen. Dat is een belangrijke succesfactor.”

Marieke van Creij

Wat zijn de succesfactoren van jullie aanpak?

Marieke: “Belangrijk is dat binnen alle scholen van Skopos collega’s de opleiding tot werkgelukdeskundige hebben gedaan. Daardoor kun je met elkaar op hetzelfde niveau praten. Het wordt door alle leidinggevenden gedragen. Dat is een belangrijke succesfactor. Daarnaast is er veel enthousiasme bij de collega’s in de focusgroep werkgeluk. Zij organiseren leuke activiteiten, maar zoeken ook de verdieping. En we stemmen dat met elkaar af en delen het.”

Ook jullie hebben de opleiding tot werkgelukdeskundige gevolgd. Wat heeft dat jullie gebracht?

Marieke: “Ik ben mij gaan realiseren dat het niet alleen gaat om slingers ophangen en leuke activiteiten organiseren. Juist door de meting en het analyseren daarvan begrijp je aan welke knoppen je kunt draaien. Daardoor kun je echt aan de slag met werkgeluk. En je hoeft het niet altijd zo te noemen, want sommige mensen zijn daar wat allergisch voor. Door het anders te benoemen of soms niet te benoemen, doe je toch dingen die mensen gelukkiger maken.”

Is werkgeluk een thema dat makkelijk zijn weg vindt in het onderwijs?

Caroline: “Wat mij betreft hoort werkgeluk thuis in elke sector. Het gaat veel verder dan een goed gevulde goodiebag of een spectaculair personeelsuitje. Niemand staat op maandagochtend op met sprankelende ogen omdat er drie maanden geleden een VR-bril in het kerstpakket zat. Werkgeluk zit niet in spullen, maar in je cultuur en onderstroom. Dat kun je niet bestellen bij een evenementenbureau. Dus past werkgeluk in het onderwijs? Absoluut. Misschien juist daar. In het onderwijs zijn we gewend om de hele dag te geven. Hoe mooi is het als er ook momenten zijn waarop het even over jou gaat als medewerker. Dat er iets voor jou wordt gedaan. Dan voel je een andere energie door je team gaan.”

Jullie meten werkgeluk en scoren boven het Nederlands gemiddelde. Hoe gaan jullie met de resultaten aan de slag?

Marieke: “We zijn heel blij met de uitkomsten. Twee jaar geleden hadden we een nulmeting en nu een vervolgmeting, dus we zien de verschillen. Met de focusgroep werkgeluk hebben we de hele rapportage doorgenomen. Zo zagen we waar scholen goed scoren en waar verbetering mogelijk is. We hebben ook horizontaal gekeken. Bijvoorbeeld het inwerken van nieuwe collega’s: dat is Skopos-breed een aandachtspunt. We hebben de resultaten gedeeld en nu gaan de leden van de focusgroep in hun eigen school aan de slag met de aandachtspunten. Daarnaast hebben we als groep gezamenlijke thema’s gekozen.”

Jullie hebben een focusgroep, vertelde je al. Kun je daar meer over vertellen?

Marieke: “De focusgroep bestaat uit enthousiaste collega’s, bijna allemaal opgeleid in werkgeluk. Het is een vertegenwoordiging van alle scholen in Schijndel. We maken aan het begin van het jaar afspraken over wanneer we samenkomen. Daarnaast hebben we een WhatsApp-groep en een Teams-omgeving om ideeën te delen. Bijvoorbeeld het verhaal van De Heijcant over de paashaas. Zo inspireren we elkaar.”

Hoe ervaar jij die groep, Caroline?

Caroline: “Heel fijn. Binnen je eigen school kun je veel doen, maar voor grotere onderwerpen heb je anderen nodig om mee te sparren. Hoe pak jij dit aan? Waar is een andere school goed in? Dan kun je inspiratie ophalen. Het gaat niet alleen om leuke activiteiten, maar ook om de diepere lagen.”

Wat doen jullie al echt goed?

Caroline: “We mogen trots zijn op de groei. Na twee jaar investeren in werkgeluk zien we verbetering op allerlei fronten. Als je bijvoorbeeld op een van de thema’s of onderdelen van 54 procent naar 68 procent gaat, ben je er nog niet, maar je groeit wel. Het is belangrijk om dat te vieren en stil te staan bij wat goed gaat.”

En waar liepen jullie tegenaan?

Marieke: “Grote thema’s als werkdruk zijn lastig. Je wilt er iets mee, maar het is moeilijk om daar als focusgroep echt op te sturen. We hebben dat onder de aandacht gebracht bij het leidersberaad, maar je zit ook vast aan formatie en afspraken.”

Caroline: “In het begin had de term werkgeluk bij sommige collega’s een negatieve lading. Mensen zeiden: hier krijg ik geen werkgeluk van. Werkgeluk betekent ook niet dat alles leuk is. Ongeveer 80 tot 85 procent van je werk moet prettig zijn, maar er blijft altijd een deel over dat gewoon moet. Werkgeluk zit in hoe je daarmee omgaat. In het gesprek aangaan, uitleg geven en samen zoeken naar oplossingen en nadenken over hoe dingen makkelijker, slimmer of efficiënter kunnen. In het begin was er weerstand, maar door vol te houden en erin te blijven geloven, kom je verder. Werkgeluk is een reis, geen bestemming.”

Wat is de rol van leidinggevenden?

Marieke: “Wat ik heel sterk vind binnen Skopos is dat veel leidinggevenden zelf in de focusgroep zitten. Daardoor blijven ideeën niet op papier staan, maar worden ze uitgevoerd. Ideeën van medewerkers worden serieus genomen. Dat zorgt voor een cultuur waarin mensen zich gezien voelen. En dat is misschien wel een van de belangrijkste ingrediënten van werkgeluk. Want werkgeluk zit niet in perfecte dagen, maar juist in betekenisvolle momenten die je met elkaar hebt.”

Caroline: “Leidinggevenden spelen een grote rol. We hebben twee keer per jaar kompasgesprekken en daarin komt werkgeluk terug, ook al noemen we het zo niet. Het gaat om interesse tonen en kijken wat iemand nodig heeft. Dat maakt echt verschil.”

Werkgeluk is geen project met een einddatum. Wat zijn jullie volgende stappen?

Marieke: “We gaan aan de slag met de thema’s die Skopos-breed uit de meting zijn gekomen. Daarnaast blijven we binnen alle scholen leuke activiteiten organiseren en mijlpalen vieren. Maar het belangrijkste is dat we elkaar blijven zien en aandacht hebben voor elkaar.”

Hebben jullie tips voor andere organisaties die ook met werkgeluk aan de slag willen?

Caroline: “Begin met meten. De enquête heeft ons echt inzicht gegeven. Sommige dingen wisten we al, bijvoorbeeld de volle school- en overlegkalenders. Maar andere kwamen pas naar voren door de resultaten. Het gaat om samen kijken hoe je het werk prettiger maakt en dingen slimmer kunt organiseren. Wat je dan aan het doen bent, is eigenlijk het veranderen van de cultuur. En het mooie is dat werkgeluk zit in kleine dingen zoals aandacht en gehoord worden. Want werkgeluk is niet iets wat je vindt, maar wat je er samen van maakt.”

Marieke: “Noem het niet altijd werkgeluk. Dat kan weerstand oproepen. Zorg vooral voor verbinding en oprechte interesse in elkaar. Zie elkaar en weet wat er speelt. Dan lever je een echte bijdrage aan iemands werkplezier.”